Sprookje

Er was eens een sprookje; want alle sprookjes begonnen ooit met ‘er was eens’.
Het ging over een meisje, een meisje dat vaak terug dacht aan alle mooie herinneringen die ze als kind had. De zorgeloze herinneringen over gebeurtenissen die ze als kind had meegemaakt, had zij ook. Ze had een naam, maar die naam wordt niet genoemd in het sprookje want ze vond haar naam eigenlijk niet mooi. Eigenlijk vond ze niet zoveel mooi aan zichzelf, zelfs niet haar lange rode haar, dat bijna tot op haar knieën leek te komen.

Het is al zo vaak gezegd; ‘’We spenderen onze jeugd met wensen volwassen te worden en als we eenmaal bijna volwassen zijn denken we terug aan hoe mooi onze jeugd eigenlijk was en het gemis er van.’’ Zij voelde het zelfde.
Ze zat op de grond en keek naar de schommelstoel. Ze hield van schommelstoelen. Ze had er ook een in de woonkamer staan. Schommelstoelen zijn een manier om stil te zitten maar toch te bewegen. Net als echte schommels, daar hield ze ook van. Jaren van haar leven had ze doorgebracht op haar schommel. Heen en weer zwierend, zo hoog mogelijk. Het fijnste vond ze het wel om van de schommel af te springen als de plank op het hoogste punt was. Even zweefde ze met een boogje door de lucht om daarna met haar blote voeten op het gras te landen. Dagen waarop ze dat deed konden haar ongelooflijk gelukkig maken. Ze ging met haar buik op de schommel liggen en deed alsof ze kon vliegen. Nu kon dat niet meer, de schommel was weg. Ze was er te groot voor, ze werd volwassen. Ook al stond dat haar ontzettend tegen.

Vaak zat ze in haar kamer en dacht na. Haar kamer was een fijne plek om na te denken; ze keek uit over de heuvels terwijl de gordijnen zachtjes met de wind mee waaiden, de perfecte plek om te dromen. Ze hield er van om, alleen gekleed in ondergoed, in de vensterbank te zitten en naar buiten te kijken. Er was tenslotte niemand die haar kon zien.
Eigenlijk is dit sprookje helemaal geen normaal sprookje, met slechteriken en onschuldige prinsesjes die gered moeten worden door mooie jonge knullen. Het is geen sprookje waarin alles eindigt met een overvloed aan liefde en geluk.
Misschien is het, ondanks dit alles, wél een sprookje dat eindigt met: ‘’En ze leefde nog lang en gelukkig.’’ Of zouden we het moeten veranderen in meervoud, in‘ze leefden’? Dat hoopte ze eigenlijk, dat ze ooit iemand tegen zou komen waarmee ze alles kon delen, al haar gedachten, al haar dromen, alles waar ze gelukkig van werd, alles waar ze verdrietig van werd. Iemand die alles zou begrijpen, die altijd zou luisteren. Iedereen is naar zo iemand op zoek.

Ze hield er altijd zo van om oude mensen samen te zien, oude mensen die nog helemaal gelukkig waren, waar de liefde nog van afstraalde, die elkaar nog lang niet zat waren ondanks dat ze al minstens zestig jaar samen hadden doorgebracht. Ze hoopte ooit die liefde ook te vinden. Eigenlijk was dat het enige wat ze wilde, liefde vinden.

Eigenlijk was dit sprookje gewoon een normale dag uit het leven van een meisje die haar leven graag anders ziet, en droomt over verandering..
We weten niet hoe het sprookje zal eindigen..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten